Brainwash
Elise
Een week na de dood van Jonathan ging Elise met haar
moeder proberen oom Evert onder ogen te komen.
‘Zie je er tegen op?’ vraagt de moeder van Elise als ze
in de auto zitten.
‘Ja natuurlijk zie je er tegen op..’ zegt haar moeder als
Elise geen antwoord geeft. Elise heeft op dit moment geen zin in deze vragen,
Elise negeert haar moeder en kijkt naar buiten.
Na een reis van 2 uur komen ze dan eindelijk aan bij de
gevangenis waar oom Evert in zit.
‘Nou, daar zijn we dan,’ zucht haar moeder. ‘Mam.. ik wil
het niet.’
‘Ik zie er ook tegen op lieverd, maar ik vind dat we dit
moeten doen,’ antwoord haar moeder.
Met veel tegenzin lopen Elise en haar moeder richting de
ingang van het gebouw.
De vrouw aan de balie lacht vriendelijk en vraagt waar ze
voor komen. ‘Wij komen voor Evert Bouwens,’ reageert Elise haar moeder.
De vrouw aan de balie kijkt naar Elise. ‘Je hoeft niet
bang te zijn hoor meisje, hij is in goede handen bij ons.’ Elise knikt verlegen
en daarna legt de vrouw uit hoe ze moeten lopen.
Er loopt iemand met hun mee, een grote, brede man. Elise
rilt.
‘We zijn er,’ zegt de man nadat we helemaal naar de
andere kant van het gebouw zijn gelopen.
‘Jullie kunnen naar binnen maar het hoeft niet, ik kan
hem ook naar het raampje laten komen maar wel zodat jullie nog kunnen praten.’
‘Doe dat maar,’ zegt Elise haar moeder als ze naar Elise kijkt die nog steeds
stil is en niks zegt.
Als Elise oom Evert ziet, voelt ze een kokhalzing
opkomen.
‘Hallo Evert,’ zegt haar moeder met een strakke blik.
Naomi
Naomi kan niet slapen, het is rond 4 uur ’s nachts en ze
besluit even wat te gaan drinken. Als ze half slaap dronken de gang op komt
hoort ze Elise snikken in haar kamer.
Als Naomi zonder te kloppen Elise haar kamer binnen komt,
schrikt Elise. Naomi ziet Elise haar behuilde gezicht.
‘Meis, wat is er? Moet je denken aan het bezoek van
Evert?’ vraagt Naomi bezorgd.
‘Ja, alles komt naar boven, weer terug,’ antwoord Elise
snikkend.
Naomi kruipt bij Elise in bed.
‘Als jij er nou bij was.. dat had zoveel gescheeld,’ zegt
Elise betreurd. ‘Maar ja, jij moest zo nodig naar dat super belangrijke gesprek
hé,’ zegt Elise toch nog half lachend.
Naomi glimlacht. ‘Nee, als er iets niet goed uitkwam, was
het dit wel inderdaad.’ Elise zucht.
‘Maar weet je hoe goed je het hebt gedaan! Het is toch
goed dat je hem nou hebt gezien, op de plek waar hij thuishoort. En wij gaan
dit deel uit ons leven even achter ons laten ook al is dat nou nog moeilijk,’
zegt Naomi hoopvol.
‘Wat moest ik nou toch zonder jou hé,’ antwoord Elise.
Naomi geeft Elise een knuffel en gaat weer terug naar
bed.
Het is 10 uur in de ochtend en Naomi schrikt wakker van
een droom. ‘Jelle,’ mompelt ze zachtjes.
‘Nee ik moet hem uit mijn hoofd zetten, hij is het niet
waard.’ Maar het andere stemmetje in haar hoofd denkt daar anders over: ‘Hij is
gevaarlijk bezig, weer verslaafd, geen familie, doe iets Naomi!’
‘Ja wat dan?!’ schreeuwt Naomi bijna. Huilend valt ze
terug op bed. Dit wordt een lange dag, denkt ze bij zichzelf.
Elise
Elise heeft besloten toch nog even naar de stad te gaan
voor een beetje afleiding.
Als ze uit de laatste winkel komt waarvan ze iets moest
hebben botst ze heel hard tegen een jongen aan die ze niet had gezien. ‘Hallo,
kijk uit waar je loopt!’ antwoord de jongen.
Als Elise hem aankijkt ziet ze wie het is, haar ogen
worden groot. ‘Jelle,’ zegt ze zonder bij na te denken. Ze ziet dat hij dagen
niet heeft geslapen, hij ziet er bar slecht uit.
‘Elise,’ zegt Jelle geschrokken. ‘Euh, sorry, ik wou niet
zo uitvallen,’ zegt Jelle snel en hij loopt meteen weg.
Elise roept hem na maar Jelle blijft doorlopen. Elise
besluit er achteraan te gaan.
Ze kan Jelle bijna niet bijhouden. Dan stapt hij een auto
in, Elise roept nog: ‘Naomi!’
Maar zelfs daar reageert hij niet meer op en de auto
rijdt weg.
Als Elise thuiskomt ploft ze op de bank neer en denkt aan
Jelle. Gelukkig maar dat Naomi niet thuis is, dat was dus echt niet goed
uitgekomen, denkt ze bij zichzelf. Maar
ze weet eigenlijk helemaal niet waar ze is.
Ze gaat liggen en denkt nog dieper na, wat wil ze tegen
Naomi zeggen?
Na een uur van zichzelf gek te worden staat ze op, pakt
de telefoon en belt haar zus.
‘U bent verbonden met de voicemail van…’ ‘Ah shit,’ mompelt
Elise.
Ze besluit om even wat aan school te werken voor
afleiding. Maar als het dan eindelijk 19.00 uur is geweest, is Naomi nog niet
thuis.
Elise begint zich druk te maken.
Ze wil Jelle te pakken krijgen, want misschien weet hij
waar ze is, alleen ze weet niet hoe.
Dan bedenkt ze dat ze een keer Jelle nodig had voor haar
wiskunde tentamen, hij had haar nummer gegeven voor wanneer Elise hem daarvoor
nodig had. Maar waar ligt dat telefoonnummer, zegt ze in zichzelf.
Na alles over hoop te hebben gehaald heeft ze na een half
uur het nummer van Jelle gevonden.
Ze belt hem, ‘tu… tu…’ ‘Met Jelle.’ ‘Euh hoi met Elise.’ ‘Oh
hi Elise,’ zegt Jelle geschrokken. ‘Ja ik had een vraag want Naomi zou al rond
18.00 uur thuis zijn alleen ze is er nog steeds niet, weet jij toevallig waar
ze is?’ vraagt Elise. ‘Naomi…’ mompelt Jelle. Er valt een lange stilte. ‘Euh
sorry, ik weet niet waar ze is, maar ik moet nu echt gaan,’ zegt Jelle snel. Voordat
Elise iets terug kan zeggen hangt Jelle op.
Waar is haar zus?
Naomi
Het regent, maar het kan Naomi even niks schelen. Ze is
er bijna, bijna bij het graf van haar vader. Wanneer was de laatste keer dat ze
er heen was gegaan? 5 jaar geleden? Ze weet het niet eens meer. Eenmaal daar
aangekomen is het al schemerig. Naomi is compleet doorweekt.
Ondanks dat ze er zolang niet meer is geweest, weet ze
nog precies waar het graf ligt. Ze ploft neer als ze er eindelijk is
aangekomen.
Ze blijft een tijdje zitten. Gewoon, kijkend naar haar
vaders graf. Dan opeens barst ze in tranen uit. Ze huilt zolang ze al heel lang
niet meer heeft kunnen huilen. De spanning komt er allemaal uit. ‘Elise!’ zegt
ze na een tijdje. Ze schrikt op, ze had haar zus beloofd al veel eerder thuis
te zijn.
Ze loopt zo snel als ze kan terug naar huis, wat zal haar
zus ongerust zijn!
Eindelijk is ze in haar straat, ze rent naar haar huis.
En dan staat ze stil. Deze fiets herkent ze, het is Jelles fiets. Of verbeeld
ze zich dit nou?
Ze loopt via de achterdeur naar binnen. En ja, ze had
gelijk. Ze ziet Jelle, met zijn behuilde gezicht, dan kijkt ze op naar Elise
die behuild met een telefoon in haar handen staat. ‘Mevrouw,’ komt er uit de
telefoon. ‘ Wat is de naam van de vermiste ook alweer?’ Elise laat de telefoon
vallen en rent Naomi in de armen. Na een minuut elkaar hebben vast gehouden,
zegt Elise: ‘Waar was je?!’ ‘Ik was zo ongerust!’
‘Naar papa,’ zegt Naomi. ‘Ik was naar papa.’ En ze begint
te huilen. Elise moet ook nog harder huilen en ook vanuit de andere kant van de
kamer komt een snik. Naomi maakt zich los uit Elise haar armen, loopt naar
Jelle toe en valt bij hem in de armen. ‘Jelle, ik..’ ‘Nee shh, het is goed.’
‘Waarom ben je hier?’ vraagt Naomi snikkend. ‘Omdat ik
bezorgd was.’
‘Je gaf toch niks meer om me?’ ‘Dat dacht ik ook ja,’
lacht Jelle.
‘En je verslaving, wat is er daar mee gebeurd?’ vraagt
Naomi bezorgd. ‘Ik ben weer clean, zeggen de doktorren. Ik ben zelf naar een
afkickkliniek gegaan en deze keer is het me gelukt, hoop ik.’
‘Nee niet hoop ik, je hebt het gewoon gedaan!’ zegt Naomi
blij en ze valt hem om de hals.
‘Maar hoe zit het nu met ons?’ zegt Naomi als ze weer een
beetje bedaard is.
‘Tja daar kan je zoiezo moeilijk iets over zeggen hè,’
zegt Jelle met een knipoog.
Naomi kan het niet laten en geeft hem een kus.
‘Daar komen we vanzelf achter!’ zegt Naomi met een
glimlach.
‘Nou hey tortelduifjes, zo kan ie wel weer!’ zegt Elise
zelfs met een glimlach.
‘Wat moest ik nou toch zonder jou lief zusje?’ zegt Naomi
als ze weer bij Elise is. ‘Tja, moeilijk hè,’ lacht Elise, ‘We hebben elkaar. En
we slepen elkaar er altijd doorheen.’
Naomi geeft Elise een knuffel. Jelle staat er een beetje
ongemakkelijk bij. ‘Kom jij ook hier lieverd!’ En Naomi trekt Jelle mee.
Ze houden elkaar heel lang vast. Alle 3 genietend van het
moment. En het geloven in zichzelf en in een mooie toekomst.
EINDE
Geen opmerkingen:
Een reactie posten