zondag 29 november 2015

nieuw einde Brainwash

Naomi


Wanneer ze bij de Ark aankomen stapt oom Evert woedend de auto uit en gooit met een fikse klap de deur dicht. Vanuit de auto kijkt Naomi oom Evert achterna. Bij de deur wordt hij tegengehouden door de priesteressen. Er ontstaat een forse discussie tussen de priesteressen en oom Evert. Hoe hard hij ook schreeuwt en duwt, hij komt niet naar binnen. Wanneer de deur uiteindelijk word dicht geslagen roept oom Evert nog iets en loopt weer naar de auto toe. Zonder iets te zeggen start hij de auto en rijden ze weg. Ze wil het uit schreeuwen. Ze hebben haar zus en Jelle gebrainwasht! Wat is dit voor een absurd gedoe! Bij de boerderij aangekomen ziet ze Steven buiten werken. Voor hem valt het ook niet mee. De boerderij is zijn leven en nu moeten hij alles opgeven alleen omdat Elise het geld wil hebben voor die idiote sekte. Nooit gedacht dat Elise zich daar zou aansluiten. En dan Jelle niet te vergeten. Haar verlaten voor die achterbakse gekken zonder iets te zeggen! Als haar moeder naar buiten komt stapt ze uit de auto en loopt  naar haar toe. Ze ziet er nog slechter uit dan normaal met haar dikke wallen. Samen lopen ze naar binnen waar de koffie en thee al klaar staan. Oom Evert is aan het woord en vertelt wat er bij de Ark was gebeurd. “We hebben een nieuw plan nodig zegt hij tenslotte, een veel beter plan.” Een maand later loopt Naomi langs de grachten in Amsterdam. Elke dag vraagt ze zich af waarom Elise nou weg is gegaan. Als er iets met haar zou zijn zou ze dat toch hebben gemerkt? Zou het iets met de bruiloft te maken hebben? Elke keer wanneer ze daar over begon werd Elise pissig. Op dat moment sms't oom Evert. Hallo Naomi, zou je morgen even kunnen komen? We hebben een idee hoe we Elise en Jelle uit die sekte kunnen halen. Groetjes je moeder en mij. Wat zou hun plan zijn? Op het moment dat ze de boerderij op loopt komt oom Evert naar buiten. Hij kijkt haar afwezig aan en loopt door. Wat is er met hem aan de hand? Ze loopt naar binnen en gaat naar haar kamer. Nog steeds spookt de vraag in haar hoofd waarom Elise daarheen is gegaan. Misschien vindt ze wel iets in haar kamer. Eenmaal in haar kamer begint ze te zoeken, maar ze vindt niets. Totdat ze een boekje vindt dat helemaal achterin de boekenkast ligt. Het is haar dagboek. Zou ze een kijkje nemen? Of gaat dat te ver? Dadelijk was er niets en heeft  ze gewoon in haar dagboek gelezen. Dan komt oom Evert de kamer in. Snel verstopt ze het dagboek achter haar rug. “Wat doe jij hier?” vraagt oom Evert boos. Ze kijkt hem raar aan. Snel loopt ze de kamer uit. Wat is er met hem aan de hand? Ze ploft op haar bed en staart naar het dagboek. Na een paar minuten begint ze erin te bladeren. Ze vindt niets interessants totdat ze op een pagina terecht komt. Nieuwsgierig begint ze te lezen, maar al snel veranderd deze nieuwsgierigheid in afschuw. Ze slaat het dagboek dicht. Helemaal in  schok zit ze op haar bed voor zich uit te staren. Dit kan niet waar zijn denkt ze. Dit kan oom Evert echt niet hebben gedaan! Wat moet ze nu doen? Als haar moeder hier achter zou komen zou dit het einde van de boerderij betekenen. Ze moet Elise zien te spreken koste wat het kost. 2 uur later zit ze in de trein. Ondertussen probeert ze informatie op haar laptop te zoeken over de Ark, maar het lijkt alsof deze niet bestaat. Vreemd...normaal staat er wel iets op internet over zulke dingen. Als de trein stopt stapt ze uit.  Met alle haast rent ze door het station naar buiten om nog snel de bus te halen. Ze weet precies waar het is. Dat heeft ze nog onthouden van die ene keer dat ze Jonathan volgde. Ze kijkt uit het raam van de bus. In de verte ziet ze de Ark al en drukt op het stop knopje. Ze stapt uit en gelijk komt er een koude rilling over haar heen. Met grote passen loopt ze het pad op naar de deur. Ze klopt een paar keer hard op de deur, maar deze blijft gesloten dus besluit ze om te kijken of ze iemand ziet. Het lijkt wel verlaten. Door een raam kijkt ze naar binnen. Alles is leeg en er is niemand te zien. Dit kan toch niet waar zijn! Een maand geleden was oom Evert nog aan het schreeuwen tegen de priesteressen en nu lijkt het alsof de Ark nooit heeft bestaan! In paniek belt ze haar moeder. Er valt een lange stilte. Uiteindelijk zegt haar moeder dat ze naar huis moet komen om na te denken wat ze nu gaan doen. Eenmaal daar zitten Steven, haar moeder en oom Evert al aan tafel. Ze kan haar oom niet aankijken ze walgt er nog steeds van. Als ze zit begint haar moeder te praten. Ze luistert maar voor de helft. Ze kan haar hoofd er moeilijk bijhouden, maar bij het woord opgeven schrikt ze wakker uit haar gedachten. Opgeven?! Dat kunnen  ze niet menen! Als ze nu opgeven zijn ze Elise,Jelle en de boerderij kwijt! Haar moeder begint weer te praten. Oom Evert had blijkbaar aangeboden dat Steven en haar moeder bij hun kunnen wonen. Is hem ook geraden denkt ze. Dat is wel het aller minste wat hij kan doen. Had hij dit Elise niet aangedaan zou ze er nog zijn. Het is al 2 uur in de nacht. Woelend ligt Naomi in haar bed. De gedachte van Elise en oom Evert dwalen in haar hoofd.  Wat moet ze doen? Naar de politie gaan? Het gewoon vertellen tegen haar moeder? De confrontatie aangaan met oom Evert? Nee, dat zou alles alleen nog erger maken. De volgende ochtend wordt ze wakker. Haar school begint pas om 1 uur, maar besluit toch eerder naar huis te gaan. Ze wil geen seconde langer in de buurt zijn van oom Evert. 3 uur later loopt ze door het centraal station. Ze moet nog 10 minuten wachten op de bus naar haar school en besluit om snel iets te gaan eten. Als ze eindelijk een plaats heeft gevonden gaat ze zitten. Aan de andere kant loert een jongen naar haar. Uit haar ooghoeken ziet ze dat hij opstaat en haar kant op komt. Als ze dan even niet kijkt loopt de jongen achter haar. Ze voelt een kleine ruk en kijkt om. Ook dat nog! Ze springt op en begint achter de jongen aan te rennen. In de verte ziet ze hem naar links gaan. Goed dat ze dit station kent denkt ze. Ze neemt de kortere weg. Aan het einde van de gang botst ze tegen iemand op. Als ze opstaat ziet ze dat het de jongen is. Vurig pakt ze haar tas en de jongen bij z’n arm. De jongen kijkt haar bang aan. Hoe oud zal hij zijn? Niet veel ouder dan 15 in ieder geval. En aan zijn kleren te zien is hij waarschijnlijk best arm. Ze begint hem te onder vragen. Hij vertelt hoe hij opgesloten zat en ontsnapt is. Hij was bedrogen door de mensen waar hij om gaf. Zijn enige familie. Dan begint hij over ene Jonathan. Als versteent kijkt ze hem aan. Dit kan niet waar zijn. Om het zeker te weten vraagt ze of hun voormalige plek de Ark heette. Als hij ja knikt wordt Naomi misselijk. Ze denkt aan Elise. Ze zal zeker bang zijn en hulpeloos. Naomi stelt voor om naar de politie te gaan, maar de jonge weigert dat te doen. “Ze hebben mij 3 jaar gesteund in een zware tijd. Ze waren mijn familie. Dit kan ik ze niet aandoen ook al hebben zij mij bedrogen.” zegt de jongen. Naomi probeert hem over te halen, maar het lukt niet. Wat moet ze nu doen? Hij is haar enige bewijs. Alleen hij kan Elise terug brengen! Ze vraagt hem of hij toevallig weet waar hij werd opgesloten. Hij weet het een klein beetje en smeekt hem om te zeggen waar het is. In ruil daarvoor doet ze geen aangifte. De jongen stemt in en schrijft een adres op. “Dit is de eerste straat die ik op een bordje zag staan.” zegt hij. Ik wil hem nog bedanken, maar hij is al weg. Ze kijkt op de klok. Shit mijn bus! Nu kom ik zeker te laat op school. Dan maar skippen. Het was toch niet zo een belangrijke les. Eenmaal thuis pakt ze snel haar laptop en zoekt het adres op dat de jongen haar heeft gegeven. Via Streetview kijkt ze een beetje rond. Dan ziet ze een soort verlaten loods. Ze kijkt boven aan de pagina wat het adres daarvan is en zoekt het op. Het staat onder de naam van een of andere David. Gelukkig staat er en foto bij. Wacht...is dat niet Jonathan?! Nu is ze er zeker van dat de jongen de waarheid spreekt. Dit kan geen toeval zijn. Ze moet er nu meteen heen. Ze gritst een paar kledingstukken uit haar kast en rent naar buiten. Snel sms't ze haar moeder en springt op haar fiets. In de trein probeert ze nog wat informatie te achterhalen, maar vindt zoals gewoonlijk niets. Als de trein stop stapt ze uit. Ze kijkt om zich heen. Niets komt haar bekend voor. Ze loopt zoekend door het station naar de bussen. Eenmaal de goede bus gevonden stapt ze in. Een kwartiertje later staat ze bij de loods. Het is muis stil en alle ramen zijn bedekt met zwarte lappen. De deur zit op slot. En nu? denkt ze. Hoe gaat het verder? Moet ze nu de politie bellen of probeert ze een weg naar binnen te vinden? Ze besluit om een weg naar binnen te zoeken. Muis stil loopt ze rond de loods. Er staat een raampje open. Zou ze daar doorheen passen? Ze loopt erheen en probeert zich erdoor te vringen. Een paar seconden later staat ze binnen. Nieuwsgierig kijkt ze rond. Er is niemand te zien en er komt nergens geluid vandaan. Ze begint te lopen,maar weet niet waar ze heen moet. Het is hier zo groot ze kunnen overal zitten! Dan hoort ze een deur die wordt dichtgeslagen. Snel kijkt ze om en verstopt zich achter een paar dozen. Er beginnen mensen te praten. Die stemmen herkent ze... Voorzichtig kijkt ze en ziet de priesteressen. Snel duikt ze weer terug achter de dozen. “Wat een slim idee van David om ze hierheen te brengen.”zegt de ene. “Dit kost ons heel wat minder geld. Volgende maand zitten we lekker aan de Caribische Zee bruin te worden.” “Dat deze mensen hier ook gewoon intrappen.” lacht er een. Ze kan haar oren niet geloven. Snel pakt ze haar telefoon en neemt de rest van hun gesprek op. Zo snel mogelijk loopt ze terug naar het raam wanneer de priesteressen om de hoek zijn gelopen. Buiten begint ze in paniek te raken. Ze moet naar de politie, ze heeft nu bewijs. Er lopen een paar mensen langs. Hun weten vast wel waar het politie bureau is. De vrouw geeft een korte route beschrijving en loopt door. In haar hoofd herhaalt ze wat de vrouw heeft gezegd en begint te lopen. Ze loopt met een agent mee en komt in een sombere kamer. Na een uur zijn ze klaar. Ze gaan er 2 agenten opaf sturen en kunnen verder niets eraan doen, omdat ze niet veel bewijs heeft en ze ook niet weet of de mensen de worden gegijzeld in levensgevaar zijn. De agent raad haar aan om nog even te blijven en dat doet ze ook. Ze wil tenslotte wel weten wat ze hebben gevonden. 10 minuten later komt er een noodoproep. Ze weet zeker dat het te maken heeft met de sekte,maar wanneer ze wil opstaan beveelt de agent haar om te blijven zitten totdat ze terug zijn. Ze staat op en loopt naar de agent toe. “Ik ga mee. Het gaat over mijn zus, ik ben diegene die hier achter kwam.” De agent kijkt haar verbaasd aan. Uiteindelijk zegt de agent dat ze mee mag op de voorwaarde dat ze in de auto blijft. Ze knikt en loopt mee naar buiten. De loods is al te zien. De rode en blauwe kleur van de sirenes lichten de straat op. Gehaast stapt de agent uit en loopt naar zijn collega’s. Even later ziet ze dat Jonathan en de priesteressen geboeid naar een auto worden gebracht. Niet veel later komen de agenten met grote groepen mensen naar buiten. Ze zoekt naar Elise, maar ziet haar niet totdat het laatste groepje mensen naar buiten wordt gehaald. Ze gooit de deur open,rent naar Elise toe en knuffelt haar. Dan komt Jelle naar buiten. Ondanks alles rent ze toch naar hem toe en geeft hem een zoen. Eindelijk na al deze maanden is alles dan toch nog goed gekomen. Het is december. 3 maanden zijn al voorbij sinds dat ze Jelle en Elise daar hebben weggehaald. Oom Evert krijgt een gevangenis straf van minimaal 4 jaar. Toen Elise het vertelde aan haar familie wouden ze oom Evert zo snel mogelijk weg hebben. “Voor zulke mensen is er geen plaats in onze familie.” zei hun moeder.  Elise en Jelle zijn in therapie gegaan aangezien ze heel wat hadden meegemaakt. Jelle heeft alles uitgelegd aan Naomi en ze hebben nu dus ook weer verkering. Uiteindelijk komt dan toch alles goed zolang je er maar voor vecht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten